Zilvermeeuwen broeden in de duinen hun eieren uit. Voor het nest gebruiken ze de takken van een kruipwilg of de takken van een duindoorn. Vooral in het binnenland worden veel nesten van Zilvermeeuwen gevonden. Zilvermeeuwen besteden niet veel aandacht aan hun nesten. Ze draaien met hun lichaam in het zand een kuiltje. Ze zoeken takken, mos en bladeren voor rond om het kuiltje en dan is het nestje klaar.
Naar 3 dagen broeden komen de eieren uit. De eieren zijn verschillend van kleur. Rond 1930 broedden er in Nederland zoon 10.000. In het jaar 1970 meer dan in 1930 namelijk 17.500. Dan zie je dat de meeuwen heel veel broeden.